Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Postbus 1992
6201 BZ Maastricht
Betreft: ex.art.37 vragen RVO inzake behandelingsprocedure frituur
Bosscherveld.
Maastricht, 30 maart 2010.
Geacht College,
Op ons spreekuur van 26 maart 2010 verscheen dhr. Logjes, Blekerheide 96 E, 6212 XZ te Maastricht met de vraag, wat hij nog kon doen met de weigering inzake verlenen van ontheffing ex.art.3.23 WO voor het exploiteren van een frituur op het perceel gelegen Voedingskanaalweg 10 te Maastricht, die hem per brief - verzonden op 23 maart 2010 - werd medegedeeld.
Ook wij hebben hem gewezen op het feit, dat hij binnen 6 weken beroep kon aantekenen bij de Rechtbank in Maastricht, sector Bestuursrecht.
Bij het bestuderen van het dossier omtrent de gang van zaken en afhandeling van de aanvraag kwamen een aantal vragen bij ons op.
Op 29 december 2008 werd voor de eerste keer een vergunning voor een frituur aangevraagd, echter wegens omstandigheden heeft e.a. geen doorgang gevonden. Vervolgens werd begin 2009 opnieuw een vergunning aangevraagd. Op 16 april 2009 werd vanuit het ambtelijk apparaat gemeld dat zij een positief advies aan het College van B & W zouden geven en tevens het College wilden verzoeken, medewerking te verlenen aan de vestiging van een frituur. Ook werd vermeld dat de aanvraag zich in een afrondende fase bevond. Vervolgens werd conform de procedure,melding gemaakt in de Maaspost (10-6-2009) zodat eventuele bezwaren gedurende 6 weken konden worden ingediend. Uiteindelijk ontving de aanvrager op 23 maart 2010 (!) een antwoord van de Gemeente. Deze gang van zaken en verschillende opmerkelijke punten in het dossier zijn voor ons aanleiding u bij deze, onderstaande vragen voor te leggen:
1. Wat is de reden dat er pas een jaar later een reactie wordt gegeven op de aanvraag voor verlening van ontheffing betreffende de exploitatie van een frituur aan de Voedingskanaalweg 10?
2. Hoeveel tijd is er doorgaans gemoeid met aanvraag en afhandeling? Is er een wettelijke termijn aan verbonden?
3. Een van de brieven van de bezwaarmakers was geschreven door dhr. J Gorren d.d. 16 juli 2009; tot onze verbazing heeft dhr. Gorren zijn bezwaar niet als buurtbewoner, maar als Gemeenteraadslid en commissielid Economisch en Sociale Zaken ondertekend; bent u het met ons eens dat dit een verkeerd signaal afgeeft en voor een vertroebelde beeldvorming bij de burgers zorgt?
4. De aanvrager ontving op 23 maart 2010 een reactie van het College; op 2 maart werd er door het Raadslid al melding gemaakt van het besluit dat het College in deze had genomen; hoe verklaart u het feit, dat een Raadslid weken eerder geïnformeerd wordt dan de belanghebbende in deze?
5. Het buurtplatform van Bosscherveld stond positief ten opzichte van de vestiging van een frituur omdat dit meewerkt aan de sociale cohesie; heeft u hier rekening mee gehouden bij uw afweging en besluitvorming?
6. In het nieuwsblad van Belvedère staat dat een snackbar in Bosscherveld de droom is van eerder genoemd Raadslid; wij hebben de encyclopedie erop nageslagen en gezocht naar de verschillen tussen: snackbar en frituur (zie bijlage) Wij hebben geconstateerd dat een snackbar een uitgebreidefrituur is. Waarom past een snackbar blijkbaar wel in de doeleindenomschrijving van bestemming woondoeleinden en een frituur niet, terwijl het om dezelfde bedrijfsvoering gaat?
7. Opnieuw constateren we dat er geen goede communicatie heeft plaatsgevonden want op 19 augustus 2009 werd een bezwaarschrift ingediend m.b.t. de handelswijze van het Raadslid; tot op heden is daar nog niet op gereageerd. Wat is de reden dat er geen reactie is gegeven op het bezwaarschrift?
8. Wat is de werkelijke reden dat u de aanvraag van dhr. Logjes hebt afgewezen? Heeft de tussenkomst van het Raadslid hierin een rol gespeeld?
Gezien het feit, dat deze zaak al geruime tijd speelt, rekenen wij op een spoedig en helder antwoord uwerzijds.
Met vriendelijke groet,
Jan Hoen - fractievoorzitter CVP
Bijlage: uitleg encyclopedie snackbar - frituur.