Historie
neergelegd advies Leers
Een brug en een graf zijn de twee vitale attributen in de geschiedenis van Maastricht. De brug was er het eerst, al in de Romeinse tijd. Ze gaf de stad haar naam: Mosae Trajectum, de plek waar je droogvoets de Maas kon passeren. Ergens anders kon dat niet. Stroomopwaarts lagen de Ardennen, met hun steile rotsheffingen niet bijster geschikt voor de aanleg van verkeerswegen. Stroomafwaarts werd de rivier al snel breder, het dal drassiger. Wie de Maas over wilde en niet kon zwemmen of varen, die moest hier zijn. Dat lokte reizigers en kooplui aan - een profijtelijke zaak - maar ook generaals: Romeinse, Spaanse, Franse en Hollandse, allemaal behept met een warme belangstelling voor de brug; hetzij om er met eigen ruiterij en voetvolk overheen te trekken, hetzij om haar onder controle te houden, zodat de concurrent er niet over kon. Wat je noemt een strategisch punt, die brug.
Het duurde dan ook niet lang of er stond een muur omheen. Maastricht werd een vesting en dat was voor de Maastrichtenaren minder profijtelijk. Honger wanneer hun stad werd belegerd. Plunderingen wanneer ze werd ingenomen. Beschietingen, branden, muiterij, het viel hun allemaal ten deel. Vanaf het jaar 70, toen Laleo - zo noteert Tacitus - bij de Pons Mosae werd verslagen door de Baetasiërs, tot september 1944, toen de Duitsers de bruggen lieten springen en een handvol Amerikanen over de brokstukken naar de stad klauterde. Dat waren overigens de eerste soldaten die niets kwamen halen, maar wat brengen: Chesterfield, chocola en chili-con-carne. Het graf dateert van later, van het jaar 384, en het was toevallig het graf van een heilige. Dat gaf verhalen over wonderen en toeloop van pelgrims die zo'n wonder wel eens wilden zien of - nog liever - ondergaan. Er moest dus een kerk worden gebouwd, een abdij en een logement, want pelgrims komen weliswaar om te bidden, maar hebben ook leeftocht en onderdak nodig. Het graf gaf Maastricht zijn faam: stad van Sint Servaas. Er vormde zich een hele curie van monniken en kanunniken, geestelijke heren die niet konden leven zonder boeken, die scholen stichtten en opdrachten gaven aan artiesten, componisten en architecten. Opnieuw: een profijtelijke zaak, nu niet alleen in economische zin.
Horecawerk
+ Jean Thans